| Stand van de voeten & afzet | Voeten volledig plat op de vloer. Het kind wikkelt de voet natuurlijk af van hiel naar teen, wat de enkels, voetboog en kuitspieren evenwichtig versterkt.
| Gedeeltelijke afzet op de tenen. Door het hangende zitje wordt de baby gestimuleerd om zich met de voorvoet af te zetten zonder natuurlijke voetafwikkeling.
|
| Houding van rug en bekken | Rechte, actieve lichaamshouding. Het kind draagt zijn eigen lichaamsgewicht, activeert de rompspieren en kan op elk gewenst moment zelfstandig gaan zitten.
| Passieve houding in een tuigje. Het bekken hangt in de zitting, waardoor de romp naar voren helt en de wervelkolom onnatuurlijk belast wordt.
|
| Zicht en ruimtelijk inzicht | Vrij zicht op de vloer en voeten. De baby ziet zijn eigen bewegingen, leert afstanden inschatten en manoeuvreert ontspannen om hindernissen heen.
| Zicht op de voeten geblokkeerd. Het brede speelblad ontneemt het zicht op de benen, waardoor visuele feedback over de loopbeweging ontbreekt.
|
| Controle over tempo en snelheid | Aanpasbare snelheid via verstelbare remmen. Als het kind stopt, blijft de loopwagen meteen stilstaan. Dit biedt rust en maximale controle.
| Vrij zwenkende wieltjes. Het loopstoeltje schiet op gladde vloeren snel weg zonder dat de baby zijn eigen kracht en tempo kan doseren.
|
| Zelfvertrouwen & motorische autonomie | Spontane zelfstandigheid en trots. Het kind is de enige motor achter zijn beweging en bouwt met elke stap een diep lichamelijk zelfvertrouwen op.
| Ondersteunde verplaatsing. Speelse afleiding, maar afhankelijk van het frame zonder dat het actieve evenwichtsgevoel wordt geoefend.
|